NESBOS Factsheet

maart 2025

Nesbos

Ambitie

  1. De nationale bosopgave vertaalt zich in een lokale ambitie van 73 hectare nieuw bos (Bodegraven-Reeuwijk is ongeveer 2 promille van NL).

    De centrale ambitie is om nieuwe natuur als bos aan te leggen, om hiermee ook een directe bijdrage te leveren aan de klimaatopgave. Duurzaam bos slaat veel CO2 op en beperkt zo de opwarming van de aarde.

  2. De ambitie is om dit te realiseren in het gebied tussen de A12 en de Reeuwijkse Plassen, omdat:

    • Hiermee de ecologische (hoofdstructuur-)verbinding wordt gemaakt tussen drie relevante zones: NNN-Netwerk, Natura 2000 en Elfenbaan/Vlietlanden-Leiden.

    • Er geen geschikte grootschalige alternatieve locaties zijn.

    Zie verder onder ecologie.

  3. De naam “Nesbos” sluit aan bij de topografische historie van het gebied. Het riviertje de Nes liep hier vroeger nabij, nu nog doorlopend langs de Oud Bodegraafseweg, en ook naamgever van onder meer het Nespad, en de Vrije Nesse.

  4. Het Nesbos moet een publiekslieveling zijn. Daartoe zal er veel overleg, gesprek en dus tijd nodig zijn om alle puzzelstukjes in elkaar te passen.

    De boeren en grondeigenaren in dit gebied, maar ook de aanwonenden en alle andere betrokkenen en belanghebbenden zullen zorgvuldig in het gehele proces van totstandkoming hun positie hebben.

    Zie verder onder gemeenschap.

Ecologie

  1. Het Nesbos legt een ecologische verbinding met:

    1. Het NNN-Netwerk dat de Nieuwkoopse en Reeuwijkse Plassen met elkaar verbindt en in dit gebied de zone langs de Enkele Wiericke betreft.

    2. Het Natura 2000 gebied van en ten oosten van de Reeuwijkse Plassen, waarbij ook de ontwikkeling van wetland van belang is.

    3. De Elfenbaan langs de N11 vanaf het de Vlietlanden-Leiden (bij het ontwikkelen van de Bodegraven Boog aan de A12/N11 nog aan te sluiten op de Reeuwijkse Hout) met als ambitie van de Groenalliantie om het gebied bij ’t Weegje via de polder Bloemendaal daar ook ecologisch mee te verbinden.

  2. De ecologische verbinding is van belang voor de migratie van doelsoorten, zoals otter, amfibieën, muizen (o.a. noordse woelmuis), marter, egel, kamsalamander.

  3. Vanwege de ondergrond (veen) sluit een voornamelijk moerasbos het beste aan bij de natuurlijke eigenschappen van het gebied. In de begroeiing zullen dominant aanwezig zijn de zwarte els, zachte berk, moeraseik, zomereik, suikeresdoorn, grauwe abeel, schietwilg en populier. Deze zullen bij verhoging van het waterpeil (zie 12) en het ongerept laten van het land dit gebied vanzelf in bezit nemen.

    Het en der kan met lage terpen met andere soorten voor drogere bodem nog extra variatie in de biodiversiteit worden aangebracht.

  4. De icoonsoorten die baat hebben bij een moerasbos zijn de grote karekiet, roerdomp, purperreiger, woudaapje, ral, kwak, zwarte stern en de gierzwaluw. Deels komen ze hier nog voor (de cursief genoemden), anderen keren dan mogelijk terug.

  5. Het beoogde gebied is officieel weidevogelgebied.

    Naar recente tellingen (2023) broeden er kieviten (49), grutto’s (29), en verder in kleinere aantallen de tureluur, scholekster, kuifeend en slobeend. Het is wel de vraag hoeveel kuikens het er uiteindelijk levend vanaf brengen, gelet op de aanwezigheid in de directe aanwezigheid van de buizerd, havik, uil en torenvalk. Er zijn nu ook al stroken van hogere bomen die predatoren huisvesten.

    De vraag is hoe hiermee om te gaan in de uiteindelijke besluitvorming door de overheid. Eventueel kan compensatie geboden worden door het uitbreiden van een andere gebied voor weidevogels (concreet: Bodegraven Noord-West, achter de Kerkweg).

  6. Het gebied is ook foerageergebied van de purperreiger. In het ontwerp is hiermee rekening gehouden door versterking van het wetland tussen Nesbos en Surfplas en ten noorden van de Gravendijkseweg. De purperreiger broedt hier (nog) niet.

  7. Het versterkte wetland kan ook gunstig werken voor al aanwezige soorten als de smient, de steltkluut en de karakiet.

  8. De unieke kolonie van de meer-vleermuis (ook op de lijst van icoonsoorten) zal geen last van het Nesbos hebben, omdat de vliegroute naar de insectrijke oevers van de Reeuwijkse Plassen er niet door wordt aangetast.

Ontwikkelstrategie

  1. Een op veengrond aan te leggen bos hoeft niet nadelig te zijn voor het klimaat, en zal dat juist ook niet zijn als het grondwaterpeil niet wordt verlaagd, maar juist verhoogd. Dat is ook wenselijk gelet op het moerasbos karakter dat wordt uitgewerkt.

    De meest eenvoudige aanpassing zou bereikt worden als het bosontwerp meer de verticale lijnen van de kavelstructuur zou volgen. Daar staat tegenover dat dan in mindere mate de ecologische verbinding wordt verkregen.

    Dit vraagt om nadere uitwerking met het waterschap.

  2. Er kan sprake zijn van gefaseerde aanleg, waarbij aansluiting wordt gezocht bij overeenstemming met betrokken boeren en door hen aangegeven termijnen van beëindiging of aanpassing van hun bedrijf. Deels zal dit ook kunnen worden beïnvloed door herverkaveling, en mogelijkheden om aangepaste bedrijfsvoering voort te zetten.

  3. De gemeentelijke en provinciale overheid hebben een belangrijke besluitvormende positie, omdat zij uiteindelijk tot aanpassing van het bestemmingsplan en afgeven van een omgevingsvergunning moeten besluiten, en het beschikbaar stellen van middelen voor verwerving en exploitatie.

Economie

  1. Voor de verwerving van het gebied zijn verschillende financieringsbronnen beschikbaar. Te denken valt aan een combinatie van middelen voor de nationale bosopgave, de aanpak van stikstof en landbouwtransitie, en het klimaatfonds.

    Ook de Groenalliantie heeft de ambitie om het bos-, en recreatiegebied verder uit te breiden.

  2. Voor de aanleg kunnen de kosten beperkt worden door veel gebruik te maken van de natuurlijke ontwikkeling van bomen waarvan de zaden al in de bodem aanwezig zijn.

    Daarnaast zijn er organisaties als Trees for All waar een beroep op gedaan kan worden.

    Voorts zal met lokale steun van bedrijven en burgers (Vrienden van het Nesbos) een deel van de aanplant verzorgd kunnen worden.

    Op korte termijn kan daarvoor al een bomencrèche gestart worden.

  3. Voor het beheer en onderhoud zullen afspraken gemaakt moeten worden met daartoe opgerichte organisaties. In de eerste plaats zou dat de Groenalliantie kunnen zijn, maar anders ook Zuid Hollands Landschap, Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer.

Gemeenschap

  1. Er is een particuliere initiatiefgroep ontstaan die het Nesbos wil realiseren. De initiatiefgroep groeit verder doordat steeds meer mensen (en bedrijven) zich er bij aansluiten. De initiatiefgroep laat zich leiden door “verbinden” op het idee, en niet uit te sluiten. Zo wordt een publiekslieveling gecreëerd.

  2. Voor de afstemming met andere partijen is een stuurgroep ingericht waar die partrijen allemaal voor worden uitgenodigd. Het aantal deelnemende partijen zal steeds zijn afgestemd op de fase van het proces.

  3. Er is veel ruimte voor partijen om deel te nemen in het proces:

    • Er komt een klankbordgroep waarmee geïnteresseerden het proces kunnen volgen.

    • Er wordt een “Vrienden van het Nesbos” opgericht waarmee actief aan de ontwikkeling en het beheer kan worden bijgedragen.

    • Verdere suggesties zijn welkom, zoals het al geopperde geboortebos, en het kinderbos waarin alle scholieren uit de gemeente hun eigen boom planten. En daarnaast bijvoorbeeld ook De Groene Motor van het Zuid Hollands Landschap.

  4. Dit alles wordt ondersteund door openheid en actieve communicatie. Regelmatig zullen berichten in de media verschijnen en de eigen website zal worden uitgebouwd.